Statement decaan

De decaan heeft ondertussen geantwoord op de open brief, maar wenste enkel dit statement publiek te maken.

De FdR is van oordeel dat discussies over facultaire beleidskwesties tussen bestuur en medewerkers binnen de faculteit moeten worden gevoerd, niet via publieke websites Het antwoord op de door collega’s aan de decaan gezonden brief zal zij daarom niet publiceren.

De FdR is overigens met de auteurs van de brief van oordeel dat in het door Follow the Money gepubliceerde artikel over de hoogleraren belastingrecht fundamentele vragen over externe financiering, onafhankelijkheid en integriteit van wetenschap aan de orde worden gesteld.

De FdR deelt de in de brief gearticuleerde zorgen en onderstreept het belang van nadere acties. Deze acties staan nadrukkelijk op de facultaire agenda.

Een van die acties betreft de organisatie van een breder facultair debat over dit onderwerp, waarin de diverse aspecten van deze brede en gecompliceerde materie en mogelijke acties met de brede facultaire gemeenschap zullen worden besproken.

De FdR heeft de auteurs van de brief uitgenodigd voor een gesprek voorafgaand aan dit debat en hen van harte uitgenodigd actief aan dit debat deel te nemen en langs die weg hun bijdrage aan goed en breed gedragen facultair beleid te leveren.

Reactie

De initiatiefnemers - Appelman, Ausloos, Sax en Toh - van de open brief hebben daar het volgende op gereageerd.

Dear Professor Nollkaemper, Dear André,

We appreciate your swift response on this matter, and for taking time out to explain the faculty’s position. We agree that this should be tackled together, and we are looking forward to be more involved.

We acknowledge that the faculty has reacted in response to our letter, but it remains that the substantive issues raised in the FTM article have yet to be addressed in the responses. We very much understand that the underlying issues are complex and cannot all be responded to right now. However, nothing publicly facing has been amended with regards to the funding (e.g. professor’s profile on the faculty website has not reflected the sponsorship).

Furthermore, as you have mentioned, the subject is of broader (public) interest since universities serve a societal function, and therefore warrants a wider public debate over how universities operate and function. This extends beyond the University of Amsterdam, as evident in wider reactions to the revelations.

We appreciate the invitation to partake in further discussions, and are of course, willing to do so. We do believe however, that there are many layers to this discussion which should not be conflated. First, there should be a broader substantive discussion on corporate funding in academia and sponsored positions. Second, there is a need – as the faculty agreed – to take concrete steps moving forward, informed by public debate. Taking constructive steps forward will depend on both internal and public discussions that should also be inter-institutional. As such, we believe that the letter should be made public, together with the faculty’s response, in order to facilitate a more meaningful discussion over this topic.

Best regards,
Jill Toh (also on behalf of Naomi Appelman, Jef Ausloos, and Marijn Sax)